Aan VPRO Forum

Posted in Artikelen & Actueel Nieuws

Aan de rubriek Forum van de VPRO-Gids (forum@vpro) e-mailde ik 7 mei 2017 onderstaande brief:

INSECTEN ETEN
In het artikel van de hand van Elja Looijestijn met foto’s van Roel Siebrand, wordt ons verteld dat we er al gauw aan moeten wennen dat we insecten moeten eten. Ik kan me nog heel goed herinneren dat zo’n 200.000 Indo’s (Indo-Europeanen) tijdens de Japanse bezetting, op Java in het voormalige Nederlands-Indië, buiten de kampen bleven en maar moesten zien zelf in leven te blijven, daar de Indo’s, ondanks hun Aziatisch bloed, niet wilden meewerken aan het Japanse Groot Aziatisch Welvaarts Ideaal. Indo’s bleken trouw aan het Nederlands Koningshuis.
Ook wij, mijn Indo-moeder en haar zeven kinderen, moesten inderdaad maar zelf zien in leven te blijven. Zonder inkomsten want onze Hollandse vader zat in het ‘Jappenkamp’. Vijf van de kinderen kregen allerlei karweitjes te doen waarmee mondjesmaat geld kon worden verdiend. De twee jongste (meisjes) hoefden dat niet. Veel werd er niet verdiend en honger sloeg al gauw toe. Mijn moeder deed haar best om zoveel mogelijk haar hongerende kinderen te voeden. Eén van de dingen die ze ons leerde was om, in het seizoen dat de semut rayap (termieten) vleugels kregen en dan larongs werden genoemd en rond de lampen in huis fladderden, waterkommen onder de lampen te plaatsen. De larongs vlogen daarom ook naar het weerkaatsende licht in het water in de kommen en verdronken daarin. We visten die beestjes eruit waarna mijn moeder daar het verrukkelijke gerecht sambel goreng larong van maakte. Heerlijk met rijst en wat taugé (spruitgroenten).

Wat ik ook deed was geiten hoedden tegen een kleine vergoeding. Ik ging daartoe naar een braakliggend terrein met veel gras, met hier en daar kleine waterpoelen, vlakbij het vliegveld Kemajoran van Batavia (nu Jakarta). Rond en boven de waterpoeltjes vlogen vaak grote capungs (libellen). Ik ving ze door ze bij hun staart te grijpen en hun lijfje te doorsteken met een lidi (gedroogde bladnerf). Met een vuursteen, een stukje ijzer en kawul (zwam van arenpalm) maakte ik een klein vuurtje en hield de aan de lidi geregen capungs boven het vuurtje zodat hun staartje, kopje en vleugeltjes verbranden en hun lijfjes gaar werden. Sateh capung dus. Werkelijk heerlijk!
Dane Beerling, Amsterdam.

Van mijn brief heeft Forum, in de VPRO-Gids van 20 mei t/m 26 mei 2017, de volgende door Forum gemaakte versie geplaatst:

De insecten komen

Ik kan me nog goed herinneren dat mijn Indonesische moeder ons tijdens de Japanse bezetting leerde om met water gevulde kommen onder de lampen te plaatsen in het seizoen dat de semut rayap (termieten) vleugels kregen, dan werden ze larongs genoemd. De larongs vlogen naar het licht dat in het water werd weerkaatst en verdronken. We visten de beestjes eruit, waarna mijn moeder er het verrukkelijke sambal goreng larong van maakte. Ik hoedde ook geiten op een braakloggend terrein met veel gras en kleine waterpoelen, vlak bij het vliegveld Kemajoran van Batavia (nu Jakarta). Rond en boven de waterpoeltjes vlogen vaak grote capungs (libellen). Ik ving ze door ze bij hun staart te grijpen en hun lijfje te doorboren met een lidi (gedroogde bladnerf).
Met een vuursteen, een stukje ijzer en kawul (zwam van arenpalm) maakte ik een vuurtje waar ik de capungs boven hield, zodat hun staartje kopje en vleugeltjes verbrandden en hun lijfjes gaar werden. Sate capung dus!
Dane Beerling, Amsterdam

Commentaar Dane Beerling: Vooral opvallend voor mij is dat volgens Forum mijn moeder geen Indo is, maar een Indonesische.