Monument Kolononiaal Nederlands-Indië

Posted in Geschiedenis

 

Monument Koloniaal Nederlands-Indië
Concept

 

Inleiding
Voor het Monument in de vorm van een Totaalonderwijsproject over Nederlands-Indië, ontvangen wij graag uw aanvullende ideeën. Daarom leggen we u dit concept voor. Stuur uw aanvullingen (en kritiek) via het woord Contact in het hoofd van deze site of e-mail direct naar info@tjaberawit.nl. Ze krijgen alle een plaats in dit concept, zij het dat er hier en daar enige redactie nodig is. We zijn vooral ook benieuwd naar uw mening over hoe de verschillende onderdelen van de koloniale geschiedenis zijn onder te brengen in de lesstof op scholen voor het voortgezet onderwijs, maar ook op basisscholen (zie bij wijze van voorbeeld het hoofdstuk Speelhuisproject, verderop op deze pagina).
Hieronder enkele mogelijke onderwerpen voor het Totaalonderwijsproject.
Recente Indië geschiedenissen
Hans van Mierlo van D66 sprak eens met ex-militairen van het Koninklijk Nederlands-Indische Leger die in Japanse kampen hadden vastgezeten. Van Mierlo, destijds minister van buitenlandse zaken, zei dat hij, ofschoon succes niet zeker was, zijn best zou doen om Japan over te halen hun vroegere gevangenen te compenseren voor de schade die ze hadden geleden. Japan was tot dan toe halsstarrig geweest. De jarenlang vastgezeten militairen hadden geen salaris doorbetaald gekregen. Een van hen hield Van Mierlo toen voor dat je voor dat salaris bij Néderland moest zijn en niet bij Japan. Ons land had immers de oorlog aan Japan verklaard en níet andersom. Velen reageerden vol ongeloof. Ook Van Mierlo, die de oorlogsverklaring van Nederland dan ook prompt ontkende. Na meer informatie daaromtrent, raakten de meesten toch overtuigd, ook Van Mierlo. Die vond dat uiterst pijnlijk. Minder omdat hij niet wist dat Nederland de uitdager was (‘de agressor’ in Japanse termen), maar domweg omdat hij het vredelievende Nederland daartoe niet in staat achtte.
De oorlogsverklaring kwam van de toenmalig gouverneur-generaal van Nederlands-Indië jonkheer Tjarda van Starkenborgh Stachouwer. Hij deed dat in opdracht van koningin Wilhelmina die toen, na de Duitse inval in Nederland, al in Engeland zat. De oorlogsverklaring kwam, op 8 december 1941* (Nederlands-Indië tijd), na de aanval van de Japanse Keizerlijke Marine op de Amerikaanse marinebasis Pearl Harbor (Hawaiï). Nederland deed dat nog vóór president Roosevelt van Amerika. Ons land achtte het een illusie te denken dat Japan de Nederlandse schatrijke kolonie met rust zou laten. De actie van Nederland had daarom tot doel Amerika ertoe te bewegen Nederlands-Indië te helpen verdedigen. In haar eentje kon zij dat niet, gezien het gebrek aan modern oorlogsmaterieel van land-, lucht- en zeestrijdkrachten.
Het machtige Japanse Keizerrijk nam de Nederlandse handschoen op en trok ongeveer een maand later op naar Nederlands-Indië. En al na twee maanden capituleerde de kolonie. Op 8 maart 1942. De KNIL-militairen werden krijgsgevangen genomen. Enkele groepjes gaven zich niet over, maar bleven, buiten het kamp, verzet tegen de Japanners plegen.
Met het krijgsgevangen nemen van hun militaire tegenstanders, handelde Japan op dat moment niet in strijd met de conventie van Genève. De compensatie voor salarisderving is daarom voor rekening van Nederland.
Echter het als slaven gebruiken, het uithongeren, martelen en doden van de krijgsgevangenen, was en is wel in strijd met de Derde conventie van Genève (1929), waarin het gaat over de bescherming van krijgsgevangenen.
Compensatie voor al dat leed is wel degelijk voor rekening van Japan.
Datzelfde geldt ook de schades toegebracht aan Europese en Indo-Europese burgers in de Japanse kampen of die daar buiten werden gelaten. De laatsten, zo’n 200.000, merendeels vrouwen en kinderen, werden zonder enig inkomen aan hun lot overgelaten. In en buiten de kampen werden ze slecht bejegend en blootgesteld aan ziekten en honger. Geïnterneerde en niet geïnterneerde Europese, Indo-Europese en inheemse vrouwen en meisjes werden niet zelden misbruikt en eufemistisch ‘troostmeisjes’ genoemd. Al die zaken zijn zonder meer in strijd met vrijwel álle conventies van Genève.
Japan, neem een voorbeeld aan de Duitse “Wiedergutmachung” en kom over de brug!
——————
*In Holland hield en houdt men zich aan de Nederlandse tijd 7 december 1941. T.b.v. de Politionele Acties kreeg een legereenheid de naam “7 December Divisie”.

 

Koloniale erfenissen
Hoe zat het in de tijd vóór de oorlog met Japan? Bijvoorbeeld in de door ex-premier Jan-Peter Balkenende zo geroemde tijd van de Verenigde Oost-Indische Compagnie? Het plaatselijk gebruikmaken van slaven werd door de VOC overgenomen en sterk uitgebreid. Autochtone bevolkingen werden misbruikt, tegen elkaar uitgespeeld en opgezet. Dat laatste o.m. via de weg van de kerstening. De nog tamelijk recente gewelddadige botsingen op de Molukken en elders in de Indonesische archipel, zijn daar de produkten van. Die botsingen hadden niet zelden een religieus karakter die rechtstreeks terug te voeren zijn tot de Nederlands-Indische koloniale verhoudingen. Menadonezen, Molukkers (Ambonezen) die gekerstend waren stonden aanmerkelijk hoger op de koloniale maatschappelijke ladder dan de in meerderheid islamitische bevolkingsgroepen. Over dat alles valt natuurlijk een heleboel meer te vertellen. Maar we willen graag nog wat overhouden voor u.
Jan Pieterszoon Coen (1587-1629)
Natuurlijk dient ook plaats ingeruimd te worden voor Jan Pieterszoon Coen. Hij was als gouverneur-generaal verantwoordelijk voor de harde politiek van de zijde van de Hollanders in destijds Oost-Indië (later Nederlands-Indië). Hij geldt als een van de grootste VOC-dienaren uit zijn tijd. Maar ook als een van de meest brute en gehate. Hij stichtte Batavia (nu Jakarta) op de door hem veroorzaakte puinhopen van Jacatra. Hij stichtte speciale wijken in Batavia voor Chinezen en voor de uit ‘zondige’ relaties van Hollanders/Europeanen en Inheemse vrouwen geborenen: de halfbloeden, later Indo-Europeanen of kortweg Indo’s. Apartheid avant la lettre.
Eveneens is het de moeite waard aandacht te besteden aan de periode (1811-1816) van Nederlands-Indië onder Brits bestuur. Namens het Britse rijk zwaaide gouverneur-generaal Thomas Stamford Raffles er toen de scepter. Opmerkelijk was dat zijn vrouw Olivia de halfbloedse vrouwen – van de hogere klasse – Europese tafelmanieren leerde en zich Europees te kleden. De kranten besteedden er destijds veel aandacht aan.
Mooie koloniale zaken
Veel is in het huidige Indonesië nog terug te vinden over het Hollandse bouwen in Indië. Voor de Indonesiërs behorend tot hun erfenis. Hollanders bouwden stadhuizen en onderkomens voor het Hollands bestuur – schitterende paleizen soms. Verder grote zakenhuizen en woningen – hele wijken – voor de (Europese) bevolking. Ook ‘Buitens’ met luxueuze villa’s. Dat deed men overal in, wat Eduard Douwes Dekker (alias Multatuli) noemde “de Gordel van Smaragd”. Er zijn vele treinstations gebouwd. Setatiun Jakartakota (voorheen Stadsstation te Batavia) en het station van Solo zijn ware juwelen. Kerken zijn er in groten getale (w.o. de kathedraal in het voormalige Batavia). Men bouwde ontelbare scholen die nog altijd in gebruik zijn o.m. de schitterende Technische Hogeschool in Bandung (nu Institut Teknologi Bandung). Verder zeer ruime militaire hospitalen en kazernes en burgerziekenhuizen. De over enorme dalen en valleien gespannen bruggen verdienen de naam “wonderen van techniek”. Allerlei andere vormen van nu nog bestaande infrastructuren als wegen (de Grote Postweg) en spoorwegnetten… allemaal haast teveel om op te noemen. Ontelbare zaken hebben de tand des tijd ruimschoots overleefd en zijn nog altijd in gebruik. Indonesië is trots op veel van die erfenissen. En waar nodig, is men flink aan de slag met de restauratie.
De Hollandse koloniale geschiedenis kent diepzwarte bladzijden, maar ook schitterend witte die fantastisch zijn om te beschouwen en er kennis van te (laten) nemen!
De rechtspraak in het huidige Indonesië is van oorsprong Hollands.
De ontwikkeling van het Indonesische Maleis, waaruit het huidige Bahasa Indonesia is ontstaan, stamt volgens de beroemde Indonesische schrijver Pramoedya Ananta Toer, van de Indo-Europeanen. Het Maleis van toen nam talloze woorden over van het Nederlands en worden nog steeds gebruikt: doorsmeer (spreek uit: dorsmèr) = doorsmeren, kontan = contant, prèman = vrij man (iemand die zijn militaire diensttijd had volbracht) en ploppor = voorloper (Indonesische opstandelingen noemden zich ploppor in de oorlog tegen de Nederlanders tussen 1945-1949, Nederland noemde die oorlog Politionele Acties). Er zijn veel meer Nederlandse woorden in het Maleis opgenomen en later in het Bahasa Indonesia. Andersom is ook het Nederlands begiftigd met woorden van Maleise oorsprong. De journalist/schrijver Joop van den Berg heeft daarover het mooie boekje “Soebatten, sarongs en sinjo’s” geschreven.
Enkele citaten
De Indische schrijver Jan Boon alias Tjalie Robinson: ‘We hebben wel meer meegebracht dan alleen bami- en nasiballen.’
Een Hollandse vrouw, een ex-gevangene van een Japans kamp: ’Je kon je verhaal in Holland toen niet kwijt. Als ik over mijn vreselijke ervaringen iets wilde gaan vertellen, werd mij meteen de mond gesnoerd met verhalen over de verschrikkingen tijdens de Hongerwinter hier.’
De Hollandse journalist Noud Heil (Soerabaya’s Handelsblad), hij verbleef vóór tot ver ná WO II in Indië: ‘Het was algemeen bekend dat de joodse mensen in Indië zich tegenover de inheemse bevolking zeer humaan gedroegen.’
Op de vraag aan een Indische man of hij toen hij pas in Holland was, werd gediscrimineerd, was zijn antwoord: ‘Ja, laat ik het zo zeggen, ze zagen een andere in mij en riepen me na. Het was schelden. Ik was in een katholiek gezin ondergebracht en de pastoor was bezig met een missieoptocht en die was blij dat ie iemand had uit de missiegebieden. Die wilde hij tentoonstellen op een praalwagen. Maar dat heb ik niet gedaan.’
Een Hollandse man: ‘Waar ik woonde in Indië had ik meer Indonesische vriendjes dan Hollandse.’
De journalist/schrijfster Lizzy van Leeuwen in haar artikel “DE GESCHIEDENIS VAN DE STILTE”, De Groene Amsterdammer van 1 juli 2010: ‘Steeds op 1 juli wordt in Amsterdam de afschaffing van de slavernij gevierd. Bij ons slavernijverleden denkt iedereen direct aan Suriname en wordt de onderwerping in de Oost verzwegen.’
Ex-premier Balkenende: ‘We moeten weer trots zijn op Nederland! We moeten weer terug naar de VOC-mentaliteit. Toch?’
Een Indische man vertelde dat zijn Hollandse vader de lievelingsbabu van zijn kinderen letterlijk het erf had afgetrapt. ‘Babu maakte de billen van mijn zusje schoon onder de kraan. Ze vond het kennelijk een vies werkje en deed dat met haar grote teen in plaats van met haar hand. Dat vond mijn vader beledigend.’ De reactie van zijn toehoorder, ook Indisch: ‘Allicht dat ie die meid daarom van het erf afjaagde! Ik zou dat ook gedaan hebben!’
Een Indische man:’Als je zei dat je niet in een Japans kamp had gezeten, dan had je wat uit te leggen. Niet alleen aan Hollanders hier, maar vooral ook aan de lui die wel in Japanse kampen hadden gezeten.’
Een Hollandse vrouw: ‘Het allerergste in het Jappenkamp was het op appel staan in de gloeiend hete zon. Uren stonden we daarin. Ik was toen nog een kind.’
Tijdens de Indië-Herdenking van 15 augustus 2010, werd door een verslaggever aan een Indische dame gevraagd of ze in ‘het Jappenkamp’ had gezeten. Ze antwoordde: ‘Nee, ik zat buiten het kamp. Daar was het veel erger!’
Een Indische man: ‘Ik zat buiten het Jappenkamp. Achttien jaar was ik toen ik voor de Japanners moest gaan werken in een werkplaats. Samen met andere jongens. We kregen allemaal een Japans petje, gelijkend op een soldatenpetje, dat we moesten dragen. Ik weigerde en werd bij de Japanse baas geroepen. Die vroeg waarom ik het niet wilde. ‘Saya punya papa di internir (Mijn vader is geïnterneerd), zei ik en werd ontslagen.’
De oude Indische man Ronald Scholte was gevangene van de Japanners en moest 3 jaar lang slavenarbeid doen in Nagasaki in Japan. Hij is een van de laatste overlevenden van de door Amerika op Nagasaki afgeworpen atoombom. Er zijn daarbij vele duizenden slachtoffers gevallen, voornamelijk burgers. In het NOS- Journaal van 6 augustus 2010 zei hij over zijn ervaringen met die verschrikkingen: ‘Toen ik die verbrande mensen zag, vrouwen en kinderen, was mijn haat voor de Japanners weg.’
Gastdocenten
Uit ervaring blijkt dat als je via gastdocentschap op scholen van laag tot hoog lesgeeft, je verzekerd bent van intense aandacht.
Die gastlessen kunnen door iedereen gegeven worden. Bijvoorbeeld door Adriaan van Dis (Indische duinen) over zijn Indische achtergrond, over Zuid-Afrika, in het bijzonder over de Kaapprovincie, voorheen landings- en bevoorradingsplaats van de VOC.
Er kan les gegeven worden over het in het verleden uit Indië overbrengen van Indonesiërs daar naartoe en het ontstaan van het Zuid-Afrikaans.
Gedichten en verhalen in het Zuid-Afrikaans. Fantastisch!
Gastles over de verwantschap tussen Zuid-Afrikaans en de Indotaal Petjok. Iemand kan in en over die taal lesgeven. Ook dat de ontwikkeling van Petjok tot een volwaardige taal tegen het einde van de 18e eeuw formeel werd gestopt. Petjok werd tot dan door Indo’s én Hollanders gesproken, maar het moest vanaf die tijd zuiver Nederlands worden. Over dat die overgang door de tweetaligheid in denken en doen van Indo’s voor hen niet eenvoudig was. Een onderwerp waar gemakkelijk meerdere gastlessen uit samen te stellen zijn.
Iedereen kan voor de klas staan met interesse voor die geschiedenis. En, vanzelfsprekend, ook historici!
Maar ook zij die niet behept zijn met een Indië achtergrond, kunnen bijdragen aan het Totaalonderwijsproject. Elkeen in Holland heeft toch wel iets van die geschiedenis (op school) meegekregen of krijgt die nog steeds.
Historici en andere geïnteresseerden zouden toegankelijke, eerlijke lessen kunnen samenstellen, in diverse vormen. En zo meedoen aan het bekendmaken van de Indië-geschiedenis.
Muzikanten, componisten, zangers, rappers (al dan niet in Petjok), dat gebeurt steeds meer ook in het Zuid-Afrikaans. Schrijvers en dichters, journalisten, cabaretiers, film- en documentairemakers, (beroeps)vertellers.
Musea kunnen speciale tentoonstellingen inrichten. Beeldend en andere kunstenaars kunnen thematische exposities houden, installaties en videokunst tonen en performances geven, strips tekenen.
Radio, TV, Internet, onderwijsinstellingen zijn in ons idee een keten van doorgeefluiken voor het Totaalonderwijsproject.
Al de hierboven genoemde elementen zijn onder te brengen in veel van de lespakketonderdelen voor basisscholen en die voor het voortgezet onderwijs.
Bij wijze van voorbeeld een speelhuisproject uit de begin 70-er jaren.


Speelhuisproject
Ouders bouwden een speelhuis op de speelplaats van de kleuterschool van hun kinderen. Het bouwmateriaal bestond hoofdzakelijk uit houten kratten waarin wasmachines en dergelijke hadden gezeten. Vanuit dat materiaal gedacht, werd eerst een maquette gemaakt en uitgebreid besproken door ‘de juf’ en de ouders: de bouwers in spé. Dat speelhuis werd gerealiseerd en heeft de kleuters van die school nog jaren plezier bezorgd.
Met de op de kleuterschool opgedane ervaringen werd door de Onderwijsgroep De Pijp (een Amsterdamse 19e eeuwse wijk) een onderwijsproject ontwikkeld die de naam Speelhuisproject kreeg. Bewoners van die wijk en studenten van de Pedagogische Academie samen, zetten er hun schouders onder. Les onderdelen van het project waren o.m. taal, rekenen, geschiedenis (van de wijk), tekenen en kennis over de beroepen van ouders. Een van de ouders die later delen van dat Speelhuisproject bij wijze van proef op een basisschool in praktijk bracht: ‘Er was eerst aarzeling, maar toen ik het met rekenlessen mocht proberen – meten, optellen, aftrekken enzovoorts – en het in praktijk toepassen van het geleerde bij de leerlingen, groeide het enthousiasme: van leraar én leerlingen.’
Ten slotte
Tenslotte zou het mooi zijn als er een Monument Koloniaal Nederlands-Indië komt, zoals er ook zijn het Nationaal Oorlogsherdenkingsmonument op de Dam in Amsterdam en het Indiëmonument in Den Haag. Maar zou Totaalonderwijsproject over Nederlands-Indië elk jaar op nationale schaal plaatsvinden, dan bestaat daarmee Monument Koloniaal Nederlands-Indië eigenlijk al.
Het is voor ons niet doenlijk om zelf alle mogelijkheden op te sommen voor het Totaalonderwijsproject over Nederlands-Indië. Dus doe mee en reageer!
Amsterdam, juli/augustus 2010

Reacties: