INDISCH (lay-out vernieuwd)

Posted in Geschiedenis

INDISCH

Rob Nieuwenhuys: ´Om een eeuwig misverstand uit te sluiten: in Nederland hoort men vaak, vooral voor een vroegere periode, het woord Indië gebruiken naast Indonesië, nauwelijks onderscheiden en in ieder geval zonder consequenties. Bij het bijvoeglijk naamwoord maken we echter een betekenisonderscheid. Als we van Indische mensen spreken, bedoelen we daarmee dat ze van gemengd bloed zijn. Mijn Javaanse verzorgster uit mijn kinderjaren was een Indonesische, mijn moeder een Indische. Ik zelf noem mij een ‘Indische jongen’.´ Aldus Rob Nieuwenhuys in zijn verantwoording in Baren en oudgasten Tempo Doeloe – een verzonken wereld. Fotografische documenten uit het oude Indië 1870-1920.
Uitgave: AMSTERDAM EM. QUERIDO’S UITGEVERIJEN B.V. 1981
Dane Beerling: “Zelf gebruik ik de term Indische Nederlander niet omdat hij op mij niet van toepassing is. Ik voel me enak met Indo waar het de historie betreft. Creatief kan ik met Indo niet uit de voeten, daarentegen biedt Indisch mij meer mogelijkheden: voor mij een poort om doorheen te gaan, het veld op, de wereld in om de grenzen te doorbreken of die op z’n minst te verschuiven. Indo sterft uit, Indisch kan nog lang vruchtbaar zijn.”

Dane Beerling 1995. Bovenstaande tekst bij een prent die onderdeel was van de ‘correspondentie’ over Indisch.

Rudy Verheem:
SINJO
“De sinjo, door kind-zijn in een koloniale structuur, balanceerde tussen de twee polen, meesters en dienaren. In de voor- en hoofdvertrekken de ouders, in de bijgebouwen het inheemse personeel, daartussen het kind, behorend tot beiden. Twee talen, vóór in het grote huis de hard-heldere klanken van de Europese spraak, in de kleine kale kamertjes op het achtererf de zangerig-donkere geluiden van Azië. Bij het kind elke taal in accent en nuance gekleurd door de andere. Twee culturen, de uitersten der wereld, in één mens doordringend. Verbaasd de inheemsen over dit kleine leven, zo anders en tocht met hén
voedsel en taal delend; verbaasd de ouders over de afstammeling, denkend, sprekend en bewegend als de dienaren. Vóór in het grote huis stoelen, rechtop aan tafel, schoenen aan, aardappelen en recepten van ver over zee; áchter gehurkt op de grond, rijst, roedjak en mierzoete Javaanse lekkernijen. Vóór de piano, Europese boeken, soms dominee of pastoor, áchter de gamelan, hanengevechten, verhalen over spoken en geesten, gebruiken volgens de Islam. Vóór het nauwelijks bestaan van de blakan*,
áchter het verre begrip van de roemah besar**. Europa en Azië, zich ineenstrengelend in (…) de sinjo.”, Rudy Verheem 1979.
Fragment uit: Bevrijders zonder bevrijding door Rudy Verheem. ISBN 9060450949. Uitgave: Hollandia B.V. Baarn 1980.
* Bijgebouwen, blakan, onjuiste spelling/blakang is juist en is achter, ** voorhuis, lett. het grote huis.

Indische Cultuur (in) Beweging

 


Op de foto links staat Rebecca Tinkelenberg (moeder van Dane Beerling) en rechts haar zuster Hilda. In beide vrouwen eren wij alle moeders van Indo afkomst, omdat zij de erflaters zijn van de Indische cultuur.

                                                                                    


Indische cultuur of geen Indische cultuur, dat is de vraag.
‘Cultuur is aangeleerd. Men wordt niet met de Papoease of Friese culturele identiteit geboren, maar leert die van de ouders en de omgeving. Een geadopteerde baby uit de Baliemvallei in lrian Jaya zal in Nederland opgroeien als een ‘zwart’ Nederlands kind en de Nederlandse cultuur opdoen. Een ontvoerde Amerikaanse baby zal in de binnenlanden van lrian Jaya opgroeien als een ‘blanke’ Papoea in de ‘primitieve’ cultuur uit het stenen tijdperk -voorzover deze niet door de ‘moderne’ beschaving is vernietigd.
Interessant is wanneer een groep mensen uit de ene naar een andere cultuur verhuist. De cultuur van het gastland wordt niet gemakkelijk aangeleerd. Er toont zich een allochtonen cultuur die gekenmerkt wordt door behoudzucht. Migranten hebben vaak de neiging om hun oorspronkelijke cultuur en de culturele identiteit te conserveren.
Een Indonesische Molukse was verbaasd toen zij de traditionele Molukse cultuur in Nederland aantrof. “Zo ‘kampungan’.
Wij op Ambon zijn tenminste modem”, zei ze.
INDO-CULTUUR
Voor Indo’s, anders dan voor bijvoorbeeld Turken en Marokkanen, was de cultuur van het gastland Nederland niet volledig vreemd. Indo’s spraken altijd al Nederlands.
Over de vraag hoe het staat met de Indo cultuur in Nederland, verschillen de meningen.
Ooit stond in Tong Tong dat de Indo’s tot de twaalfde provincie van Nederland behoorden. Door totoks wordt wel beweerd, maar er zijn ook Indo’s die dat zeggen, dat de Indo cultuur niet bestaat, want Indo’s zijn goed geïntegreerd. Er is geen Indo cultuur, maar een Indië cultuur die Indo’s en totoks behoort, is ook een mening.Nogal wat jongeren verwarren de Indo cultuur met Indonesische culturen.
Hoewel zij Nederlanders zijn, verschillen Indo’s, in cultureel opzicht enigermate met de andere Nederlanders. Dat geldt voor de generaties uit Indië, maar veel minder tot niet voor de in Nederland geboren en getogen jongere Indo generaties.
INDO’S ‘PROBLEEMGEVALLEN’? VOOR WIE?
De Indo cultuur was de cultuur van een gediscrimineerde groep in het voormalige Nederlands-lndië. En net als alle
(gediscrimineerde) minderheden, hadden de Indo’s, ook wel Indischen genoemd, hun culturele identiteit nodig om de dominerende totokcultuur te weerstaan. Dat was feitelijk zo, ook al zijn er Indo’s die dat nu wensen te verdoezelen of zelfs ontkennen. Door schaamte voor de discriminatie in het verleden, wordt het accent gelegd op de kleine groep Indo’s die, ofschoon eveneens gediscrimineerd, er toch in slaagde een hoge positie te verwerven. Recht aan de Indo geschiedenis en aan de culturele eigenheid (!) der Indo’s kan ook worden gedaan door juist op dat succes te wijzen, denkt men. Want het zijn niet allemaal en niet alleen ‘probleemgevallen’.
De suggestie wordt gewekt dat het deze ‘succesgevallen’ waren die (mede) de dragers waren van de Indische culturele uitingen, zoals bijvoorbeeld Komedie Stambul en keroncong. Dat is op z’n minst merkwaardig.
De werkelijkheid namelijk, was dat door hen alles wat maar naar Indisch zweemde, verborgen werd, zelfs ontkend. Zij gedroegen zich bijna volledig Europees. Over Komedie Stambul, over petjok en over keroncong muziek werd veelal gesmaald. Ze woonden in de schouwburg (klassieke) westerse toneel-, muziek- en opera-uitvoeringen bij. Keroncong muziek maakte plaats voor die van Mozart etc.. Hun kinderen kregen geen ukulele of gitaar in handen, maar ze kregen piano- of vioollessen: klassiek uiteraard.
INDO-CULTUUR ANNO 1996…
Indische culturele identiteit werd in stand gehouden mede door isolement als gevolg van discriminatie. Toen de
Indo’s naar Nederland repatrieerden, viel de noodzaak voor het behoud daarvan uiteindelijk weg. Men was immers Nederlander.
Indische Nederlander gelijk aan de Nederlandse Nederlander.
Er bestond dus, en bestaat, geen reden meer voor Indo’s om de eigen culturele identiteit te conserveren. Of toch wel?
Als wel, met een doel wellicht? De vraag moet dan zijn: wat is anno 1996 (en 2003) de Indische cultuur in Nederland? Die vraag levert in de meeste gevallen clichéantwoorden op: Indo’s zijn halus*, ze hebben bepaalde (oosterse?) gebaren en ze zijn gastvrij. Uit Tempo Doeloe worden gehaald: de vooroorlogse Indische mode, de Indische waranda, de soos, de krontjong en de nostalgische verhalen over een gelukkige jeugd op een melkerij in Oengaran of de Soerabayase HBS-tijd, niet méér.
Zij die verlangen naar die Indische cultuur en slechts teruggrijpen op zaken uit de droomwereld van MOOI INDIË, beseffen niet dat dat betekent: ontkenning van de Indische cultuur van nu in Nederland. Zij bepalen met hun verlangen naar het verleden het beeld van de totale Indo-groep. (…).’
Srengèngè 1996 in Tjabé Rawit jaargang 4, nummer 4, 1995/1996

Woordenlijst:
Bungkusans: bundels, Enak = lekker, ‘Kampungan’ = te vergelijken met ‘dorps’, ‘achterlijk’, Halus = fijn, teer, zeer beschaafd, verfijnd, Komedie Stambul = mengvorm van toneel, muziek,dans, zang en satire, Keroncong, krontjong = Indo muziek (nu uiterst populair in Indonesië), Petjok = ‘taal’ die door Indo’s (niet alle!) werd gesproken.
…….
“Dr Van Mook (…). Deze Indo-europeaan, Indische jongen dus, was de best gekwalificeerde Europeaan om gouverneur-generaal van Nederlands-Indië te worden. Maar hij kwam niet verder dan waarnemend gouverneur-generaal. Alleen een totok kon dat hoogste ambt toen bekleden. Het nu ontkènnen dat de Nederlands-Indische samenleving er een was van standen, klassen en rassen, maakt de korzelige verzuchting uit 1931 (!) van de Indo Dr. J. Th. Koks in zijn studie “De Indo” steeds weer actueel: ‘Daar, in “kampoeng Den Haag”, eten menschen, die in Indië nooit rijst aten, dag in dag uit rijst, hebben zij, die hun leven lang opzettelijk zoo weinig mogelijk Bataviaansch gesproken hebben, er behoefte aan, om hun Nederlandsch te pas en te onpas te doorspekken met Maleische en Javaansche woorden. Wat z’n heele leven Indo-hater geweest is in daden, werpt zich hier plotseling op tot zijn pleitbezorger. Hoe zou het ook anders kunnen; zij zijn bijkans zelfs “Inlander” geworden, niet daar, maar hier, in Nederland.’”
Fragment uit Buaya Timbul’s “Ich bin ein Berliner!”, Tjabé Rawit jaargang 3, nummer 3 1995.
——————

U bent vrij om gegevens, artikelen, gedichten enzovoorts van onze sites over te nemen alleen voor privé gebruik, en vermeldt daarbij wel de bron, anders zouden uw familie, vrienden en kennissen denken dat u de maker bent.
Overnemen en publiceren anderszins, in welke vorm dan ook, mag alleen met schriftelijke toestemming van auteur en Indische Cultuur (in) Beweging.
Bronvermelding is altijd verplicht. U loopt anders gemakkelijk het gevaar dat u van plagiaat wordt beschuldigd.

Copyright 2006-2013  Indische Cultuur (in) Beweging en D. W. Beerling